Epiloog | Een nieuw begin

De zon kwam op in een hemel van roesttinten. Het schilderij van donkerrode spetters en bruine vegen strekte zich uit van oost tot west, de zon zelf een oranje bal boven chocoladekleurige bergpieken. De man liep over een wildspoor in de richting van het in kracht toenemende ochtendlicht. In de dalen beneden hem hing een bruinige mist en hij wist dat hij de giftige lucht daar niet kon inademen zonder zijn breezer. Alleen hier, boven op de bergkam, was de atmosfeer zuiver genoeg om direct in te ademen, ook al was de lucht ijl op deze hoogte en kon hij niet zonder de steun van zijn exosuit. De frisse lucht was de reden dat hij hier liep, in de stilte van de natuur, hoog boven de vervuilde dampen die een groot deel van de zieke planeet bedekten. Hij wist dat er achter de horizon dag en nacht grote installaties draaiden om de lucht te filteren, maar volgens de prognoses zou het nog tientallen jaren duren voordat iemand weer vrij kon ademhalen op zeeniveau.

De meeste mensen kwamen zo weinig mogelijk buitenshuis om de ongemakken van de ziekmakende smog te ontlopen. En er was ook weinig reden om jezelf bloot te stellen aan de giftige atmosfeer buiten wanneer je vanuit je VR-pod thuis de verste uithoeken van het zonnestelsel kon bereiken. Velen deden hun werk thuis en dankzij de mogelijkheden van virtual reality kon je verbinding maken met de ogen en oren van robots en machines overal binnen het bereik van het brainweb. Het was mogelijk om mee te kijken en luisteren met hun bezigheden in de meeste onleefbare omstandigheden – van de vervuilde straat voor je huis tot bevroren asteroïden ver weg in de ijskoude duisternis van de oneindige ruimte. Omdat de afstanden soms te groot waren om rechtstreekse aansturing toe te laten, bleef dat in die gevallen meestal een passieve ervaring. Tenzij je natuurlijk toegang had tot de instructieparameters van de intelligente machines. Een sturingssignaal naar bijvoorbeeld Mars deed er, afhankelijk van de positie van de Rode Planeet ten opzichte van de Aarde, vijf tot vijftien minuten over om zijn bestemming te bereiken. De wachttijd op de feedback met zintuigelijke informatie was dubbel zo lang. Wanneer je dus een eenvoudige handeling wilde verrichten, zoals het oppakken van een object, dan kon het bijna een half uur duren voordat je wist of dat gelukt was. Maar dat nam niet weg dat het een adembenemende ervaring was om verbinding te maken met een graafmachine op een asteroïde ver voorbij Mars of een onderzoeksbot op een van de manen van Jupiter. Dankzij een geïmplanteerde mentale correlator konden je hersenen gefopt worden en je zo zelfs de realistische sensatie van gewichtloosheid of verminderde zwaartekracht bezorgen.

De maan was daarentegen een stuk dichterbij. De signalen deden er seconden over om heen en weer te gaan en dat maakte het mogelijk, zij het door de vertraging soms wat onhandig, om werkelijk interactief een slaafbot of clonedrone te besturen en jezelf virtueel over het maanoppervlak te bewegen. Shan Lightfoot had op die manier weleens een trektocht gemaakt door het Appenijnengebergte op de Maan. Vanaf de Huygensberg had hij uitgekeken over de grauwe Zee van de Regens met de gekleurde lichtjes van Smethurst Station en Hossenfelder Observatory goed zichtbaar in de verte. Maar de meest vervreemdende ervaring was wel het zicht van de blauw-oranje bol van de Aarde bijna recht boven zijn hoofd geweest. Hij wist dat hij zich op dat moment fysiek op zijn thuisplaneet bevond, maar al zijn zintuigen probeerden hem wijs te maken dat hij bijna 400.000 kilometer ver weg op de maan stond. Maar de maan was tegenwoordig nauwelijks meer en exotische bestemming te noemen. Een paar uur geleden had hij vanaf de flank van Monte Perdido de trouwe Aardse satelliet nog zien ondergaan in het westen, de flonkerende lichtjes van haar nederzettingen een voor een uitdovend in het ochtendlicht. De maankolonies hadden een explosieve groei doorgemaakt sinds de hervatting van het ruimteprogramma in het tijdperk van de Wedergeboorte na de Rode Dood.

Shan was op zijn hoede voor gevaarlijke roofdieren op deze hoogte. Veel diersoorten waren lang geleden de bergen in gevlucht om de vervuilde mist te ontlopen en er zwierven agressieve beren en hongerige wolven rond die jacht maakten op loslopende geiten en runderen. Hij had zelfs geruchten gehoord over een vervaarlijke hybride die een kruising was van een wolf met een Pyreneese herdershond. Maar er waren ook exotische katachtigen gesignaleerd, zoals panters en poema’s, nazaten van dieren die ontsnapt waren uit wildparken. De zeldzame menselijke bezoekers aan dit afgelegen gebied werden over het algemeen met rust gelaten, maar je kon niet voorzichtig genoeg zijn. Met regelmatige tussenpozen schakelde hij over naar de infrarooddetectie van de i-drone die hem een paar honderd meter hoger in de lucht vergezelde. Die scande de omgeving af op verborgen belagers, maar afgezien van een paar steenbokken was hij nog geen grote dieren tegengekomen. Wel had hij vanaf de grond een paar keer een zwerm gieren zien cirkelen, wat erop wees dat er hier en daar karkassen op de rotsen lagen die waarschijnlijk waren achtergelaten door de roofdieren. Voor noodgevallen had hij zijn laser-taser onder handbereik met de ultrasonische afweerfunctie ingeschakeld.

Hij verwonderde zich over de rijkdom aan vegetatie op deze hoogte. Sinds de komst van de grote stofstormen waren in de laaglanden veel planten gestorven, door gebrek aan licht of te weinig water. Andere plantensoorten waren er voor in de plaats gekomen. Veel bloeiende vetplanten, yucca’s en korstmossen, maar ook allerlei soorten exotisch onkruid en verrassende mutaties. In schaduwrijke kloven kon je in de bergen manshoge varens aantreffen. Sommige palmen leken eveneens goed te gedijen in de nieuwe omstandigheden, maar niet op deze hoogte. In de overstroomde gebieden van de laagvlaktes deden algen en rietsoorten het goed, maar de groene rijkdom van bossen en weiden die hij kende van oude vids zag je alleen nog op sommige plekken in het hoge noorden en in beschutte bergdalen.

Na de Rode Dood waren de overlevenden voedingsgewassen gaan verbouwen in oude kassen, maar gelukkig slaagde men er niet lang daarna in om verschillende plantensoorten genetisch aan te passen zodat hun fotosynthese efficiënter werkte bij minder licht. Daarmee kon de voedselproductie hersteld worden en inmiddels was de Wereldraad begonnen met een programma om wilde planten aan te passen en te herintroduceren in de natuur zodat die konden bijdragen aan de zuivering van de vervuilde dampkring.

Ondertussen genoot hij van de weelderige bossen die op de berghellingen waren ontstaan, een mengelmoes van eiken, kastanjes en naaldbomen. Op de hoger gelegen weiden bloeide een verscheidenheid aan kleurige bloemen waarvan hij de naam niet hoefde te weten ook al kon hij die ter plekke laten determineren met behulp van zijn AI. Hij snoof de kruidige geur van naaldhout op en er ging een sensatie door hem heen die door geen enkele simulatie kon worden geëvenaard. Shan voelde zich gevaarlijk geïsoleerd, zo ver weg van de bewoonde wereld, ook al wist hij dat hij met een simpele gedachtesprong weer verbonden zou zijn met het vertrouwde brainweb en weer deel zou uitmaken van het grote bewustzijn dat zich uitstrekte over de wereld, en daarbuiten. Maar deze afzondering gaf hem ook een avontuurlijk gevoel van autonomie, van leven, hoe kunstmatig dat misschien ook mocht zijn.

Een zachte tinteling achter zijn linkeroor attendeerde hem erop dat zijn drone iets wilde laten weten. Met een gedachtencode in de vorm van een gekleurd pictogram en een cijfer-letter combinatie bracht hij de verbinding tot stand. Even voelde hij de vertrouwde duizelige sensatie van de rechtstreekse data-overdracht naar zijn hersenen en bijna tegelijkertijd begreep hij dat de scanners een anomalie hadden opgepikt. Het was geen levend organisme, leerde hij, niet het een of andere wilde beest dat op de loer lag, maar een raadselachtige combinatie van dood organisch materiaal en metalen voorwerpen. Dat was een opmerkelijke vondst in deze verlaten wildernis, waar zelfs in de oude tijd, voor de grote catastrofe, weinig mensen kwamen.

Hij riep de live-beelden van de drone op en projecteerde ze in zijn vizor. Op het schermpje voor zijn ogen zag hij dat de vondst een stukje verderop, onder aan een helling vlak bij een kleine waterloop lag. Shan kon niet precies bepalen wat het was, maar hij onderscheidde een aantal langwerpige voorwerpen, niet groter dan ongeveer een halve meter. Zo te zien lagen ze half begraven in de aarde. Hij besloot op onderzoek uit te gaan. Misschien lag er iets van waarde, of viel er iets interessants te vinden uit de oude tijd. De wereld was bezaaid met vervallen overblijfselen van de vorige era en amateurarcheologie had een grote vlucht genomen. Nu de mensheid weer een beetje opgekrabbeld was, bloeide een zekere nostalgische nieuwsgierigheid voor het verleden op. Er was zoveel verloren gegaan en veel details van het leven vroeger waren raadselachtig voor zijn tijdgenoten. Meestal betroffen de vondsten oude huisraad of consumptieartikelen waarvan doel en functie soms moeilijk te achterhalen vielen. Veelal lagen er ook menselijke resten in de buurt. Maar een enkele keer vond men iets dat werkelijk waardevol of leerzaam was. En altijd was er de opwinding van de verwachting iets bijzonders te kunnen ontdekken.

Half glijdend en half springend daalde Shan enkele tientallen meters af, tot hij op een kleine bult stond en neerkeek op een kiezelige glooiing halverwege de berghelling. Hij zag meteen dat er een aantal botten lag tussen de modder en stenen. Zo op het oog niets bijzonders. Vermoedelijk de overblijfselen van het een of andere beest dat ten prooi gevallen was aan een van de vleesetende roofdieren in de bergen. Zijn aandacht werd getrokken door een roestig stuk pijp dat uit de grond stak. Hij bukte zich om het metalen voorwerp uit de grond te trekken. Het gaf niet direct mee omdat er aan het andere uiteinde een soort mechaniek zat waarmee het ding zich had verankerd in de bodem. Na enig gesjor kwam de boel vrij en stond Shan met de overduidelijke restanten van een oud jachtgeweer in zijn handen. Dat noopte hem ertoe om de beenderen aan een nadere inspectie te onderwerpen. Wilde dieren liepen tenslotte niet rond met jachtgeweren, zelfs niet in de zogenaamde goede oude tijd. Dat was toch meer iets voor een jager van de soort Homo sapiens. Hij herkende een paar stukken rib. Maar die konden wat hem betreft van elk willekeurig groot zoogdier afkomstig zijn. Een paar lange, rechte botten kwamen Shan wel heel menselijk voor. Ze leken verdacht veel op beenderen van menselijke ledematen. Dat was interessant. Aan de staat van het gebeente kon hij zien dat ze waarschijnlijk een lange tijd onder de grond hadden gelegen. Hij keek omhoog. Ja, regen- of smeltwater dat over de bergflank omlaag was gekomen had de aarde zo te zien weggespoeld en de botten blootgelegd. Was hier een onfortuinlijke jager aan zijn einde gekomen terwijl hij zijn prooi besloop? Het zou interessant zijn om te weten hoe lang geleden deze persoon gestorven was. En waar hij vandaan kwam.

Deze merkwaardige vondst prikkelde zijn nieuwsgierigheid. De moderne nanotechnologie bood gelukkig geavanceerde mogelijkheden om zulke botfragmenten op eenvoudige wijze te analyseren. Als er DNA uit geïsoleerd kon worden, dan was er zelfs een redelijke kans dat je verwantschappen of zelfs een identiteit kon achterhalen. Op initiatief van de Wereldregering was er een databank opgericht waarin DNA-profielen werden geregistreerd van lichaamsresten die waren gevonden in alle uithoeken van de wereld. Men hoopte op die manier de diversiteit van het menselijk genoom die bestond vòòr de evolutionaire bottleneck van de Rode Dood in kaart te brengen en de code van uitgestorven variaties van genen te bewaren voor eventueel toekomstig gebruik. Men hechtte zoveel waarde aan dit project – dat om onduidelijke redenen de naam Salt Lake had gekregen – dat de benodigdheden voor een snelle analyse een vast onderdeel uitmaakten van iedere survival-kit of kampeeruitrusting. Je had niet meer nodig dan een paar kleine capsules met nano-deeltjes die je kon oplossen in een beker met schoon drinkwater. En dan was het slechts een kwestie van een geschikt stukje weefsel of bot af te snijden en dit in de vloeistof te doen. Na een kwartiertje hield je een kleine sonde die je kon verbinden met de AI-link in je kleding of hoofdbeschermer in de beker en de verzamelde ruwe data werden dan automatisch verwerkt door de kunstmatige intelligentie van het wereldwijde brainweb.

Terwijl Shan zijn bagage afdeed, maakte hij contact met het netwerk en haalde voor de zekerheid de handleiding van het analysesetje binnen. Daarna zocht hij een geschikt bot uit. Hij koos er een dat hij identificeerde als een stuk scheenbeen. De handleiding leerde hem dat het dikke stuk waar het kniegewricht had gezeten de beste kans had om bruikbaar DNA aan te treffen. Hij ontdeed het stuk bot zo goed mogelijk van het aangekoekte vuil en spoelde het af met water uit zijn veldfles. Voor het beste resultaat was het natuurlijk beter als er helemaal geen vervuiling van zijn aanrakingen, bodembacteriën en dergelijke op het monster zat, maar blijkbaar kon de AI daarvoor redelijk goed corrigeren dankzij herkenningsalgoritmen en opgeslagen data met vergelijkingsmateriaal. Hij vulde zijn beker voor driekwart met drinkwater en pakte het setje uit de kleine verbanddoos die hij bij zich droeg. De instructie volgend haalde hij een oranje capsule uit zijn wikkel en deed die in het water. Bruisend loste het omhulsel van de pil op en langzaam nam het water dezelfde kleur aan als de capsule. Dat was het teken dat de nanobotjes geactiveerd werden. Deze oplossing was bedoeld voor een chemische analyse die informatie gaf over de moleculaire samenstelling van het monster en de isotopenverhoudingen van de belangrijkste atomen. Een combinatie van die metingen kon iets vertellen over de ouderdom van de botten en zelfs een indicatie geven over de streek waar de persoon had geleefd. Een tweede, blauwe, capsule bevatte moleculaire machientjes die geschikt waren om het aanwezige DNA te isoleren en te lezen.

Shan sneed een paar splinters uit de kop van het bot en liet ze in de oranje vloeistof glijden. Vol verwachting keek hij in de beker, maar hij zag niets dat erop wees dat het analyseproces begonnen was. Volgens de instructies moest hij tenminste tien minuten wachten tot alle gegevens verzameld waren. Dan zou de oplossing van kleur veranderen om aan te geven dat de analyse voltooid was.

Terwijl hij wachtte probeerde Shan zich een voorstelling te maken van de wereld waarin de jager geleefd had. Er was natuurlijk veel bekend over de westerse samenleving van vòòr de Rode Dood. Ondanks het verval van de elektronische informatiedragers was er een gigantische hoeveelheid AV-materiaal bewaard gebleven in de restanten van het Eerste Digitale Netwerk. Maar daarin was het begin van de eenentwintigste eeuw oververtegenwoordigd. Het schetste een verwarrende en chaotische tijd waarin de mensheid leek te bezwijken onder een veelheid aan uitdagingen van ecologische, demografische en sociaal-economische aard. De uitbraak van het virus was de doodsklap geweest voor die samenleving. De enige aanwijzing die hij tot dusver had voor de datering van zijn vondst was het verroeste restant van een geweer. En dat moest, voor zover Shan kon beoordelen, afkomstig zijn uit een periode die liep van het midden van de negentiende eeuw tot aan de Grote Catastrofe, een tijdsbestek van ruim honderdvijftig jaar waarin de wereld enorme veranderingen had ondergaan.

Het water kleurde groen ten teken dat het verzamelen van informatie afgerond was en de data klaar waren om overgedragen te worden. Shan pakte de kleine sonde die bij de capsules zat en haalde die langs de com-link op zijn hoofdbeschermer om hem te activeren en de verbinding tot stand te brengen. Daarna hield hij het kleine staafje in de vloeistof. Een ring rond de sensor begon zachtjes pulserend te gloeien om aan te geven dat de gegevens werden doorgegeven.

Terwijl de AI de verzamelde informatie verwerkte, prepareerde Shan een tweede vloeistof met de blauwe capsule. Hij wilde juist een nieuw monster uit het bot snijden toen de uitslagen van de gegevensanalyse van de eerste test binnenkwamen. Niet helemaal onverwacht plaatste de koolstofdatering de botresten rond het jaar 2005 met een foutmarge van plus of min vijftien jaar, een tijdvlak dat overeenkwam met de Grote Catastrofe. De C14-methode was niet geschikt om een exact jaartal vast te stellen, maar kon afhankelijk van de omstandigheden de ouderdom van het proefmonster geven met een marge van tientallen tot honderden of duizenden jaren. Hoe ouder, hoe groter de marge. Maar het leek in dit geval een redelijke aanname dat de onbekende jager in de tijd van de Rode Dood was omgekomen. Het was echter niet met zekerheid te zeggen of zijn dood in verband stond met de epidemie.

Meer verrassend was de gevonden verhouding van de strontiumisotopen Sr87 en Sr86. In combinatie met de aangetroffen hoeveelheden zuurstof O16 en O18, koolstof C12 en C13 en de isotopen van lood en neodymium, was het zeer waarschijnlijk dat hij of zij – het geslacht moest nog vastgesteld worden met de genetische analyse – afkomstig was uit de lage landen, het deel van Noordwest-Europa dat tegenwoordig onder water stond. Vroeger heette het daar, geologisch bijzonder toepasselijk, Nederland.

Dat resultaat was toch wel opmerkelijk. Of was het in die tijd gebruikelijk dat buitenlanders op jacht gingen in de Spaanse Pyreneeën? Misschien was deze persoon een vakantieganger geweest? Of een migrant? Een vluchteling die zijn ondergelopen vaderland had verlaten? Nee, dat laatste kon niet kloppen. De lage landen waren pas overstroomd nà de epidemie, toen de infrastructuur van dijken, sluizen en gemalen het begaf vanwege het wegvallen van de elektriciteit en het achterwege blijven van noodzakelijk toezicht en onderhoud. Shan vond het raadselachtig en was benieuwd wat het DNA-onderzoek hem nog meer zou kunnen leren over deze mysterieuze onbekende.

Het vergaren van de genetische informatie duurde wat langer dan het eerste onderzoek en terwijl de nanodeeltjes hun werk deden in de beker maakte Shan van de gelegenheid gebruik om voor zichzelf een warme snack te maken. Na een half uur kon hij de gegevens doorsturen, zodat de Centrale Intelligentie de stukjes genetische code die verzameld waren kon ordenen en aan elkaar plakken. De kans was klein dat dit proces het volledige genoom zou opleveren, maar het resultaat moest toch op zijn minst een beeld geven van een aantal belangrijke genen en biologische markers. En misschien was het wel mogelijk om met behulp van de database van Salt Lake iets van de identiteit van de persoon te achterhalen door hem of haar in verband te brengen met een geregistreerd familielid.

Het resultaat was verbluffend. Naarmate de betekenis ervan tot hem doordrong nam de opwinding, maar ook de verbazing, van Shan toe. De man – want dat was het geslacht van de dode – bleek direct verwant aan een kleine groep van Nederlandse overlevenden van de Rode Dood die een bijzondere combinatie van genetische mutaties deelde. Hij ontving informatie dat de combinatie van vooral een soort mutaties die Single Nucleotide Polymorphisms genoemd werden ertoe hadden bijgedragen dat de dragers ervan beschermd waren tegen het virus dat de Rode Dood veroorzaakte. Door dergelijke minuscule mutaties werden genen over het algemeen niet uitgeschakeld, maar de effectiviteit van de geproduceerde eiwitten soms wel aangetast, in positieve of negatieve zin. Het ging hier om genen die codeerden voor eiwitten met aanduidingen als IFNL1, TLR6, TLR7 en TSLP.

Dat maakte zijn vondst werkelijk heel bijzonder als je bedacht dat wereldwijd slechts een op de driehonderdduizend mensen het virus overleefd hadden. De meesten daarvan waren groepjes verwanten die deze of vergelijkbare genetische afwijkingen gemeen hadden of leden van geïsoleerde gemeenschappen op afgelegen eilanden. Een ander deel had weten te ontsnappen aan de pandemie doordat ze zich op het moment van de uitbraak bevonden in afgesloten faciliteiten als militaire installaties of wetenschappelijke laboratoria en aan boord van schepen op zee. Die laatste groepen hadden veel van de onmisbare kennis en vaardigheden kunnen doorgeven voor de wederopbouw na de grote catastrofe. Ze hadden ook de overlevende mutanten opgespoord en waren in staat geweest om vast te stellen welke mutaties hen bestand hadden gemaakt tegen het virus.

De details zeiden hem verder niet veel, maar het brainweb liet Shan weten op welke wijze de verandering in de genen van de gelukkigen dat mogelijk had gemaakt. Het had wonderlijk genoeg te maken met een gebrekkige werking van het afweersysteem in de huid, waardoor ziekteverwekkers makkelijk konden binnen- dringen. Dat werd voornamelijk veroorzaakt door een mutatie in het TLR6-gen die de productie van Filaggrine hinderde, een eiwit dat de huid elasticiteit geeft en helpt om ziekteverwekkers zoals bacteriën en virussen buiten te houden. Een gebrek aan Filaggrine resulteerde in een droge huid die overgevoelig was voor infecties. Als gevolg daarvan stond het immuunsysteem in de huid altijd op scherp en kon heftig reageren op prikkelingen. Bij de minste irritatie gaf dat dan de ontstekingsreactie die eczeem genoemd werd.

De overlevers hadden daarbij een gunstige variant van enkele genen waardoor de eiwitten die deze produceerden veel efficiënter werkten dan bij de gemiddelde mens. Bij elkaar opgeteld hadden die mutaties als resultaat dat het virus van de Rode Dood in bindweefsel, met name in de longen, snel en effectief werd uitgeschakeld. Omdat hun afweersysteem al in een doorlopende staat van verhoogde waakzaamheid verkeerde en bovendien enkele stappen in cruciale afweerprocessen buitengewoon doeltreffend konden reageren, werd in een vroeg stadium heel snel afgerekend met de indringer. Het lichaam van deze mutanten was door een gelukkige combinatie van toevalligheden uitzonderlijk goed voorbereid geweest op dit virus dat daardoor geen kans kreeg om voorbij de eerste barrière van het afweersysteem te komen en zich in het lichaam te vermenigvuldigen.

Met zijn gemuteerde genen was het dus onwaarschijnlijk dat de man was omgekomen als gevolg van de uitbraak van het genetische gemanipuleerde influenzavirus dat de mensheid bijna had uitgeroeid. Maar hoe was hij dan wel aan zijn einde gekomen? Was hij toch het slachtoffer van een jachtongeluk geweest?

Shan kreeg een melding binnen dat er nog aanvullende informatie gevonden was over de onbekende. En dat was nogal opzienbarende informatie! Door diens genoom te vergelijken met de beschikbare gegevens in de database was het zo goed als zeker dat de man de anonieme biologische vader was geweest van de Nederlanders die de plaag overleefd hadden. Uit verklaringen van de gelukkige mutanten was indertijd al vastgesteld dat ze verwekt waren met behulp donorzaad, wat het relatief hoge aantal nakomelingen verklaarde. Maar hoewel de onbekende donor resistent moest zijn geweest tegen het virus, behoorde hij zelf niet tot de overlevenden die later waren gevonden. Het was altijd een raadsel geweest wat er met hem gebeurd was in de chaos van dat jaar waarin de samenleving ten onder ging.

Vanwege het historische belang van de vondst had de Centrale Intelligentie de locatie van de vindplaats vastgelegd voor later onderzoek en kreeg Shan de opdracht om de resten verder niet te verstoren. Even later ontving hij het verrassende bericht dat er een dossier bestond van het onderzoek naar het uitbreken van de Rode Dood dat interessante aanwijzingen bevatte voor de mogelijke identiteit van de anonieme Nederlandse stamvader. Daarin werd Patiënt Zero, het eerste slachtoffer van de epidemie, geïdentificeerd als ene dr. Schmidt uit Duitsland. Deze was overleden in Avallon, een Noordfrans stadje in de buurt van de middeleeuwse bedevaartplaats Vézelay. Volgens een politierapport was de stervende man gevonden door een pelgrim met de Nederlandse nationaliteit. Zijn naam was Stephanus Lichtveld. Was dit dezelfde man van wie hij nu de stoffelijke resten had ontdekt in een uithoek van de Pyreneeën?

Een vrouwelijke agente die deze reiziger gesproken had verklaarde op haar ziekbed dat de man van plan was geweest om via Autun en Cluny naar Le Puy en Velay te lopen. Van daaruit zou hij het Jakobspad volgen, een populaire toeristische pelgrimsweg naar Spanje. Men had in die chaotische periode dankzij de bezoekersadministratie van verschillende kampeerplaatsen toch zijn spoor kunnen achterhalen tot de

plaats Saugues op de Aubrac, waar hij een maand na zijn vertrek uit Vézelay uit het zicht verdween. Rond die tijd waren er nog nauwelijks pelgrims onderweg omdat het nieuws rondging dat de route geteisterd werd door een uitbraak van een geheimzinnige griep. Velen waren inderdaad al ziek naar huis gegaan en zo verspreidde het virus zich razendsnel in alle richtingen. Het feit dat de Nederlander zijn tocht toen nog niet had opgegeven en hij blijkbaar geen last had van ziekteverschijnselen, deed het vermoeden rijzen dat hij immuun was voor het virus. En dus dezelfde man kon zijn van wie zojuist was vastgesteld dat hij de genetische stamvader was van een groepje Nederlandse overlevenden van de Rode Dood.

Het was bijzonder opmerkelijk dat de laatste bekende registratie van deze man samenviel met een andere verdachte gebeurtenis die in verband gebracht werd met de uitbraak van het virus. Op de dag dat hij in Saugues aankwam braken daar rellen uit waarbij twee mannen die zich voordeden als Wit-Russen werden aangehouden vanwege het afvuren van een illegaal vuurwapen. Er waren reden om te veronderstellen dat dit tweetal banden had met de Russische geheime dienst. Bij nader onderzoek was gebleken dat ze al enige tijd op zoek waren naar de Nederlander die de stervende dokter Schmidt had aangetroffen langs de weg.

Die rellen in Saugues vonden plaats op precies dezelfde dag dat hij voor de laatste maal op een camping geregistreerd was. Men had daarom geopperd dat hij waarschijnlijk lucht had gekregen van zijn achtervolgers en daarom was ondergedoken. Omdat daarna ieder spoor van hem ontbrak werd algemeen aangenomen dat deze Lichtveld om het leven gekomen was tijdens de chaos van de totale ineenstorting die kort daarop volgde.

Er waren dus twee losse eindjes van draden die mogelijk aan elkaar geknoopt konden worden. Twee bronnen die ieder een afzonderlijk verhaal vertelde: archief en botten. De archieven maakten gewag van een besmette reiziger uit Nederland die immuun leek te zijn voor het virus en die onder verdachte omstandigheden verdwenen was. En de botten vertelden het verhaal van een naamloze resistente Nederlander die zijn genen had doorgegeven aan de overlevenden van de ramp en nu dood was aangetroffen in de bergen. Waren zij dezelfde persoon?

Hoewel er geen concrete bewijzen waren dat de stoffelijke resten die Shan nu in de Pyreneeën had gevonden toebehoorden aan de Nederlander die verdween op de Aubrac, drongen zich nu wel sterke argumenten voor een dergelijke gevolgtrekking op. De nationaliteiten kwamen overeen en de pelgrimsweg naar Spanje zou de wandelaar door de Pyreneeën voeren. Dus hoewel de Verloren Berg een eind van de bekende routes lag, paste de vindplaats wel in diens voorgenomen reisschema. Ook het tijdvlak van overlijden leek te passen. Maar de sterkste aanwijzing was wel dat het er heel erg op leek dat de pelgrim, net als anonieme dode in de bergen, immuun was geweest voor het virus dat de Rode Dood veroorzaakte. Jammer genoeg waren de administratieve archieven van zaaddonoren in Nederland onder water verdwenen, dus het was niet mogelijk om de naam van Lichtveld onbetwistbaar te koppelen aan de gevonden lichaamsresten.

Maar zo ging het nu eenmaal vaak met geschiedschrijving. De bronnen waren zelden volledig en boden meestal slechts een beperkt aantal vaste en onomstreden punten die verbonden werden langs de lijnen der interpretatie om een goed lopend verhaal te krijgen. En het verloop van die lijnen werd maar al te vaak bepaald door een vorm van wensdenken, een dwingende ideologie, een behoefte aan legitimering, een verlangen naar canonisering, of gewoon door kennis achteraf. Zo gezien viel het gebrek aan betrouwbare bronnen uit de chaotische periode van de Rode Dood en wat daarop volgde te vergelijken met het duistere tijdperk dat begon na het verdwijnen van het West-Romeinse Rijk en duurde tot na de invallen van de Vikingen. Zulke onzekere tijden boden een vruchtbare voedingsbodem voor het creëren van heiligen, helden en mythen.

Een van de grote onopgehelderde mysteries van die periode was de vraag waarom het misdadige tweetal uit Rusland de Nederlander achtervolgde. Volgens het dossier veronderstelde men in die tijd dat hij van de stervende dr. Schmidt iets gehoord had over de oorsprong van het virus. Alles wees erop dat die de ziekteverwekker had meegenomen uit een geheim laboratorium in Kazachstan waar hij werkzaam was geweest. Dat mocht natuurlijk niet bekend worden. Maar waarom hij dat gedaan had en hoe het virus had kunnen ontsnappen bleef onduidelijk. Uit documenten van de Russische geheime dienst kon geconcludeerd worden dat de uitbraak een stom ongeluk was geweest en geen opzettelijke aanval met een biologisch wapen, ook al was het virus waarschijnlijk wel met dat doel ontwikkeld in een legerfaciliteit. Waarom had Lichtveld geen aangifte gedaan bij de politie? Indien hij op de hoogte geweest was van de ernst van de situatie, dan had hij wellicht vele levens kunnen sparen. Of wist hij tot in Saugues niet dat hij achtervolgd werd en was hij zich niet bewust geweest van zijn rol bij de verspreiding van de ziekte? En wat was die rol nu eigenlijk geweest? Had hij zelf bijgedragen aan de verspreiding van het virus of was zijn immuniteit nu juist zijn bijdrage aan het verhaal?

Had hij nu werkelijk de stoffelijke resten van die Stephanus Lichtveld gevonden? Terwijl Shan nog eens omhoog keek zag hij dat er blauwe plekken verschenen waren in het roestbruine wolkendek, gaten waarachter de eindeloze kosmos wachtte op onthulling van haar laatste geheimen. Rechts van hem lag een brede kloof die afdaalde in de richting van wat vroeger de Franse grens was geweest. Achter hem rees Monte Perdido op als een bouwvallige piramide, een verweerd monument voor een verloren beschaving. Hij wist dat de biologische nakomelingen van de Nederlander een belangrijke rol hadden gespeeld bij het herstel van de mensheid na de evolutionaire bottleneck van het dodelijke virus. Niet alleen met hun eigen nakomelingen, maar ook door hun genoom beschikbaar te stellen voor onderzoek en vervolgens voor gentransplantatie bij andere overlevenden, zodat die geen slachtoffer konden worden van de ziekte. Zelf was hij van de vierde generatie afstammelingen van de KID-kinderen van de donor, net zoals zo’n beetje een kwart van de mensheid op dat moment. Het zou dus een mirakel zijn dat hij hier in de bergen de beenderen van zijn verre voorvader gevonden had.

Het raadsel van de rol die Lichtveld speelde bij de verspreiding van de Rode Dood zou wel nooit helemaal opgelost worden. Maar als hij inderdaad zijn voorvader was, dan had hij zowel een sleutelrol gespeeld in het drama van de uitbraak van de Rode Dood als een cruciale bijdrage geleverd aan de post-apocalyptische genenpool van de nieuwe mens.

En dat was een ongelooflijk verhaal.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.