Dag 2: In Vézelay

Stef kan zijn tocht pas vervolgen als hij zijn paspoort terug heeft. Maar hij moest zijn identiteitsbewijs inleveren bij de gendarme die aanwezig was bij het afvoeren van de zieke man die hij de vorige dag had gevonden. Op de plaatselijke politiepost hoort hij dat hij zijn document pas die middag kan ophalen, omdat het nog op het politiebureau in Avallon ligt. Hij moet zich dus nog even zien te vermaken voordat hij verder kan. Teleurgesteld en nerveus loopt hij ter afleiding naar een nabijgelegen plaatsje om een ruïne uit de Romeinse tijd te bezoeken. 

Vézelay skyline

Dus liep hij niet veel later in oostelijke richting over een heuvelrug langs goudgele graanvelden die links van hem omlaag liepen naar een kleine vallei met wijngaarden. Daarachter staken de witte rotsen en muren van Vézelay, als onderaardse knekels die het landschap vorm gaven, omhoog door de groene huid van bos en veld. De rode daken van het stadje deden Stef daardoor denken aan opwellend bloed. De schilderachtige pelgrimsplaats stond als een open wond in het natuurlijke landschap met de spitse kerktorens als een doornenkroon. Het was een bizar beeld dat kwam bovendrijven in zijn geagiteerde hoofd.

Die middag hoort hij op de politiepost tot zijn schrik dat de zieke man van de vorige dag, een Duitser, overleden is in het ziekenhuis. 

(Citaat uit De laatste reis van Stef Lichtveld: Deel 1, De weg van Jago: Hoofdstuk 3, Ongewenst oponthoud. Lees het hele hoofdstuk hier.)

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.