St. Maarten, Saba, St Eustatius
21 januari - 11 februari 1993 [1]
22 januari: St. Maarten; Philipsburg, |
Na een door heftige turbulentie geteisterde vlucht landt de KLM-jumbo op de kleine landingsbaan van Juliana Airport op Sint Maarten. Niet meer dan een strookje land op Hollandse wijze uit zee gewonnen.
Philipsburg is een bonte mengeling van culturen: Creoolse hutjes, Indische middenstand, Chinese restaurantjes, Latijnsamerikaanse gastarbeiders en westers kapitalisme in een sfeer van vrij ondernemerschap en corruptie. Dit alles gevoed met een dagelijks verse portie dagtoeristen die met behulp van kleine bootjes van de protserige cruiseschepen vervoerd worden naar de pier, een uitnodigende arm die zich hongerig uitstrekt. Daar storten ze zich in een orgie van belastingvrije winkeltjes en gokhallen. Als de zon ondergaat en de cruiseschepen weer vertrokken zijn, is het tijd voor de hoognodige afkoeling van deze gigantische oververhitte geldmaakmachine. Met een glas bourbon in de hand geniet ik vanaf mijn veranda op de eerste verdieping van Marcus’ guesthouse aan Front Street - het oude smalle hoofdstraatje van Philipsburg - van een koele avondwind die speelt met de palmbomen en het ruisen van de branding zo’n dertig meter verderop. Van alle delen van het eiland komen de renteniers en de toeristen, lokale hosselaars en chollers naar het piepkleine centrum van Philipsburg. In de jachthaven hangt de internationale broederschap van zeezeilers, duikers, jachtbezitters en sportvissers aan de bar of rond de pooltafel. Op straat hoor je Papiamentu, Patois, Creools, Frans, Spaans, Engels, misschien wat Nederlands. Alles regelmatig overstemd door keiharde reggaemuziek uit voorbijrijdende autos, die ik daarom rijdende disco’s noem. Calypsomuziek klinkt uit goedkope barretjes op Backstreet, waar de veelkleurige mannelijke bevolking kletterend de dominostenen hanteert en dollarbiljetten van hand tot hand gaan. Op zondagavond hoor je de dwingende stem van de dominee in de Church of God zijn gemeente God’s woord prediken naar een hoogtepunt waarop iedereen in de kerkbanken swingend in zingen uitbarst. Dit is geen verzuurd gereformeerd aards tranendal. Nee, hier wordt bevrijdend feest gevierd. De Baptitsten, een paar straten verder, doen het misschien wat minder geëxhalteert, maar hun gezang en orgelspel klinken zeker niet minder bevlogen. Na een week heen-en-weer geslingerd te zijn tussen tropische regenbuien en tropische hitte, lange broek en korte broek, wandelen of op het strand liggen, verlaat ik Sint Maarten in een klein vliegtuigje met zo’n negen andere passagiers. De afstanden zijn niet zo groot hier in de Caraïben. Je kunt Sint Maarten, Anguilla, Sint Barthelemy (St. Barth’s), Sint Eustatius (Statia) en Saba in één keer zien liggen. |
22 januari: Philipsburg, baptistenschool |
|
22 januari: Philipsburg, Frontstreet |
|
22 januari: Philipsburg, Marcus’ guesthouse |
|
22 januari: Philipsburg, Marcus’ guesthouse |
|
23 januari: Philipsburg, Marcus’ guesthouse |
|
23 januari: Philipsburg, Frontstreet |
|
23 januari: uitizicht vanaf Fort William op Simpson |
|
23 januari: Philipsburg |
|
23 januari: Philipsburg |
|
23 januari: Philipsburg |
|
23 januari: Philipsburg |
|
23 januari: St. Martin, Marigot |
|
23 januari: panorama vanaf Fort Willem met Saba aan de horizon |
|
| » Vervolg » | |
Lilliput – 6 juli 2008




