Agenda

» Het Natural History Museum in Londen biedt het hele Darwinjaar 2009 door tentoonstellingen rondom Charles Darwin en de evolutieleer.
» Vanaf Darwins geboortedag op 12 februari de expositie Charles Darwin en de evolutietheorie in het Universiteitsmuseum Groningen
» Vanaf 13 februari in het Universiteitsmuseum Utrecht de tentoonstelling De evolutie draait door.

St. Maarten, Saba, St Eustatius

21 januari – 11 februari 1993 [2]

28 januari: Saba Na ongeveer twintig minuten vliegen landen we op Statia. Een dode vulkaan met een vlak laagland ernaast. Tankschepen suggereren industriële activiteiten. Geen grote hotels. Het ziet er wat verlaten en desolaat uit. Kaal, plat en armoedig. Ik stap niet uit, vlieg door naar Saba.Na vijf minuten rijzen steile rotsen op uit zee. Een bergpiek verdwijnt in de wolken: Mount Scenery, bijna negenhonderd meter hoog en daarmee het hoogste punt van het Koninkrijk de Nederlanden. Dichtbegroeide pieken doen tropische vegetatie vermoeden. Op een rotspunt boven de onstuimige zee zie ik een klein strookje beton dat loopt van de ene steile afgrond tot de andere. Gaan we daarop landen?Natuurlijk is er geen gevaar. Ze doen het hier vijf maal per dag, maar toch een spannende landing. Meer een soort kermisattractie.

Een klein gebouwtje waar wat mensen rondhangen: het ontvangstcomité. Het meisje dat mijn paspoort stempelt zie ik later terug als verkoopster van lokaal handwerk. Een meer voorkomend fenomeen op Saba. De mensen hebben een parttime baantje en daarnaast een eigen nering. De operateur van de Landsradio blijkt later ook de eigenaar van een supermarkt te zijn.

Ondertussen op het vliegveld doodse stilte. Het toestel is weer vertrokken naar Sint Maarten en alle taxi’s zijn elders op het eiland toeristen aan het rondrijden. Ik luister naar de stilte, de wind en zee en denk dat het me hier wel zal bevallen. Het einde van de wereld kan niet veel verder weg zijn.

Met twee andere gestrande reizigers krijg ik een lift achterop een pickup truck. Een van de liftgevers die met ons in de bak zit kletst in half verstaanbaar dialect maar door over het eiland, rasta’s, ganja, de enige weg over het eiland (die inderdaad spectaculair is) en wat al niet meer aan wetenswaardigheden, ondertussen zwaaiend naar bekenden in de dorpjes die we passeren tussen het tropisch groen: Hell’s Gate, Windwardsite, St. John’s. Ik stap uit in de The Bottom bij een guesthouse in een oud landhuis.

Wat een verschil met St. Maarten. Een landelijke stilte die misschien te vergelijken valt met Nederland in de vijftiger jaren. Her en der fraai witgeschilderde huisjes met rode daken en van die gezellig ogende veranda’s waar je de koelte van de schaduw kunt genieten of ‘s avonds tijdens een tropisch regenbuitje een gin-tonic kunt drinken.

Een paar kerkjes, een politiebureau, postkantoor annex gemeentehuis en enkele winkeltjes. De vriendelijkste mensen die je je kunt voorstellen. Iedereen groet je op straat. Als ze in de auto voorbijkomen steken ze hun duim op of sommige jongeren maken met twee vingers het bij ons in de zestiger jaren populaire preace-teken.

Per ongeluk ben ik in het verkeerde guesthouse terechtgekomen, maar zonder al teveel problemen krijg ik mijn vooruitbetaling van de eigenaar terug. Als ik naar Nederland heb gebeld bij de Landsradio en ik heb te weinig geld bij me, kan ik gewoon even geld gaan halen in het hotel.

Ondanks, of misschien juist door alle vriendelijkheid, leven blank en gekleurd in gescheiden werelden. Gemengde huwelijke komen niet voor, zo lees ik later in de uitgestorven bibliotheek van de Bottom. In Windwardside, dat meer op toeristen georiënteerd is, wonen voor welgestelde blanken. Aan die kant van het eiland staat altijd een verkoelende zeewind.

In de Bottom, meer landelijk in een dal gelegen en waar dus ook het nu bijna verlaten gebouw van de autorijschool van Saba staat, overheerst de gekleurde bevolking. Ook veel gastarbeiders wonen hier, zo blijkt. Ik kom mensen tegen van Puerto Rico, St. Kitts en Haïti. Waarschijnlijk verjongt het gekleurde deel van de bevolking zich door deze ‘import’, terwijl het blanke deel van de Sabanen voor een groot deel lijkt te bestaan uit gedegenereerde inteeltgevallen en tandeloze bejaarden.

Inderdaad leer ik later in de encyclopedie van de Nederlandse Antillen dat wie scholing boven het Mavo-niveau wil, daarvoor naar elders moet en dat op deze wijze vijfenzeventige procent van de jongeren niet meer terugkeren op Saba.

Wie op Saba blijft en er tenslotte sterft, heeft hier het zeldzame voorrecht om in zijn eigen tuin begraven te worden. Ik vind dat wel wat hebben, die graven in de voortuin. Het past wel in het archaïsche beeld dat ik hier krijg van de samenleving, om te wonen in de buurt van de beenderen van je voorouders.

Saba, the Bottom
Saba, the Bottom
The Bottom: lokaal handwerk
Wereldberoemde autorijschool in de Bottom
Saba, the Bottom
The Carib guesthouse
Verdwaald op Saba
Wildlife
Zonsondergang
De andere kant van Saba,
St. John’s Flat
28 januari: Saba International Airport
[klik op de foto voor vergroting]
28 januari: St. Eustatius oftewel Statia,
‘the golden rock’ in de 18-de eeuw
De natuur op Saba is indrukwekkend. Onderwater ben ik nog niet geweest en een voorgenomen snorkelbezoekje aan het Saba Marine Park zal er wel niet meer van komen omdat ik geteisterd wordt door een flinke verkoudheid. Maar Jimi en Marianne, mijn huisgenoten hier, houden me dagelijks op de hoogte van hun onderwaterbelevenissen. Vooral haaien en barracuda’s worden geteld en vermeld.Boven water is gelukkig ook het nodige te beleven. Op de steile hellingen van Saba vind je weelderige tropische bossen waarin je ook flink kunt verdwalen, zoals ik zelf ondervond. De de paden zijn door het schaarse gebruik en de woekerende tropische begroeiiing vaak dermate onherkenbaar dat een vergissing snel gemaakt is. Zo vond ik mijzelf na enig gedwaal in een steile kloof zonder te weten of het pad, dat toch ergens moest zijn, nu boven of onder me was. Ik gokte op boven me, want onder me wachtte ook ergens de honderd meter loodrechte rotswand die uit zee oprees.Dus klauterde ik op handen en voeten tegen de helling op, door de varens en onder een soort gigantische vingerplanten door, tot ik even moest uitrusten en me uitgeput tegen een boompje liet vallen. Ik bereidde me er al voor om de nacht daar door te moeten brengen, toen ik me ineens realiseerde dat ik het pad teruggevonden had: ik lag er op! Onder de schrammen en zwarte vegen keerde ik uiteindelijk terug in de bewoonde wereld, waar ik gelukkig nog een lift kreeg tegen de paar kilometer steil klimmende weg naar de Bottom.
St. Eustatius, Oranjestad met
Fort Oranje
Statia: strand
Statia: begraafplaats aan zee
Statia: Bounty-eiland
Statia: uitzicht op de eilanden St. Kitts en Nevis
« Terug «

Lilliput – 6 juli 2008