Agenda

» Het Natural History Museum in Londen biedt het hele Darwinjaar 2009 door tentoonstellingen rondom Charles Darwin en de evolutieleer.
» Vanaf Darwins geboortedag op 12 februari de expositie Charles Darwin en de evolutietheorie in het Universiteitsmuseum Groningen
» Vanaf 13 februari in het Universiteitsmuseum Utrecht de tentoonstelling De evolutie draait door.

Spiegelingen in een landschap – fragment 2: Storm over het Embalse de Leyre

Woensdag 4 augustus 1999

Het profiel van mijn schoenzolen raakt behoorlijk versleten en grote wandelingen worden misschien een te zware belasting voor het schoeisel. In ieder geval wil ik vanochtend de laatste hoofdstukken van ‘De grond onder haar voeten’ van Salman Rushdie bij mijn tent lezen.

De climax van het verhaal heb ik voor vandaag bewaard, of is het een anticlimax? Orpheus en Eurydice zijn beiden dood, maar het product van hun liefde, de muziek, de kunst, is onsterfelijk.

En natuurlijk doet Rushdie nog een aantal belangwekkende observaties, waarvan ik de volgende niet wil achterhouden. Niet alleen omdat ik het er zo mee eens ben, maar ook omdat de schrijver maar al te goed weet waarover hij het heeft omdat hij aan den lijve de ‘autocratische bemoeizucht’ van de goden heeft kunnen ervaren: ‘…Dit is volgens de mythe een volwassen beschaving: een plek waar de goden ons niet langer verdringen en opzij schuiven en ons vrouwvolk verleiden en onze legers gebruiken om hun rampspoedige ruzies te wassen in het bloed van onze kinderen; een tijd dat ze teruggaan (…) en ons vrij laten om ons best of slechtst te doen zonder hun autocratische bemoeizucht…’

Dat desalniettemin de verteller van het verhaal, de buitenstaander, de observator, de fotograaf Rai, uiteindelijk een zeer burgerlijke vorm van geluk vindt, is voor het verhaal een happy ending, maar confronteert mij met de leegte van het leven, die blijkbaar binnen de rijke context van het verbluffende boek met geen filosofie kan worden opgevuld. Een boek is een boek en het echte leven is het leven. En daarmee is de vraag naar de zingeving van mijn eigen leven levensgroot in beeld gebracht.

Met de restjes van gisteren maak ik een warme lunch, maar mijn siësta wordt onmogelijk gemaakt door opdringerige insecten en dus zit er niets anders op dan in het warme tentje te gaan liggen met het vliegengaas gesloten.

Om een uur of vier ga ik naar het stenen strandje aan het meer om te zwemmen, maar ook om uit te zoeken hoe het zit met het verhaal dat een Nederlandse jongedame vertelde over waterslangetjes die gisteren om een uur of vijf massaal de kop opstaken.

Het water in het stuwmeer blijkt in twee dagen bijna een halve meter gedaald te zijn, stil bewijs van de waterschaarste waarmee Spanje moet leven. Restanten van muurtjes van oude schaapskooien steken overal boven het water uit. Ik zie inderdaad een hoop gekringel in het water, maar kan niet dichtbij genoeg komen om meer details te zien, maar kleine slangetjes of aaltjes lijken zeker mogelijk.

Ondertussen komt er een pracht van een onweer opzetten vanuit het westen, mijn kijkrichting over het water. Recht voor mij rollen zware donkere wolken langs de randen van de Sierra de Leyre en links van me schuift de duisternis over de heuvels terwijl recht voor mij een heldere witte gloed vanuit de late middagzon recht op me af komt, een heftige windvlaag voor zich uit schuivend.

Het water rimpelt, hout trekt krom en onder daverend gerommel gaan de hemelsluizen open. Ik heb mijn boeltje al gepakt en slechts gekleed in zwembroek en schoenen zoek ik enige beschutting en besluit terug te gaan naar de camping.

De sluiproute die ik neem blijkt niet helemaal gevaarloos, want als ik uitglijd grijp ik me in een reflex vast aan de dichtstbijzijnde takken die van een bramenstruik blijken te zijn. Dat levert me een bloedende hand op. Zo’n wandelingetje is goed voor de adrenaline en wellicht ook voor de serotonine.

Lilliput – 15 juni 2008