Agenda

» Het Natural History Museum in Londen biedt het hele Darwinjaar 2009 door tentoonstellingen rondom Charles Darwin en de evolutieleer.
» Vanaf Darwins geboortedag op 12 februari de expositie Charles Darwin en de evolutietheorie in het Universiteitsmuseum Groningen
» Vanaf 13 februari in het Universiteitsmuseum Utrecht de tentoonstelling De evolutie draait door.

Spiegelingen in een landschap – fragment 1: Op het Camino de Santiago

Zaterdag 31 juli 1999

Vandaag bijtijds ontbeten, wat niet zo moeilijk is als je voor twaalven gaat slapen, en met een rugzakje het Camino op in de warme ochtendzon. Zwetend deed ik zo boete voor het luie en overvloedige en bewegingloze leven. Ik volgde het klimmende pad met de kaart in de hand en besefte dat ik – juist met die kaart – geen echte pelgrim was. De ware pelgrim geeft zich over aan de genade Gods en volgt blindelings de markering die Hij (of iemand namens Hem) in het landschap heeft geplaatst. Ik daarentegen kon me hullen in de illusie dat ik meester was over mijn eigen weg, vrij om af te wijken van de betreden paden. Dat zou maar zeer betrekkelijk blijken.

Hoewel ook het Camino zo langzamerhand geüsurpeerd wordt door de eigentijdse cultus van het lichaam – ik heb tot nu toe meer moutainbikers dan pelgrims op het pad gezien – zijn er toch nog wandelaars die zichtbaar voor hun geestelijk welzijn op weg gaan.

Zo kwam ik na een tijdje een tweetal tegen dat nogal betrapt naar me keek terwijl ze naast het pad zat uit te rusten en vermoedelijk genoot van het mooie uitzicht op het Embalse de Yesa, het stuwmeer. Ik had ze al voorbij zien komen bij mijn tent. Zwaar bepakt, de één kaal en zacht en rond als eunuch, de ander met een lange zwarte baard, lang postuur en de vurige blik in zijn ogen van een bezeten heilige. De heilige keek me nu aan alsof hij mijn profane voeten met een bliksemflits van zijn heilig pad zou willen verwijderen.

Ik groette ze in het Frans, zij mompelden iets onverstaanbaars terug (was het Baskisch?) en ik stapte dapper voort. Even verder vond ik een lommerrijk bospad en besloot daar een rustpauze te nemen uit het zicht van de weg, zodat de pelgrims me ongestoord konden inhalen. Dit waren echter geen snelle pelgrims en waar het bos ophield en een kale hoogvlakte begon, haalde ik ze later weer in terwijl de eunuch tegen een boom zat en de heilige uit het zicht waarschijnlijk zat te schijten.

Zo had ik nu het hele landschap voor mezelf alleen, met mijn gedachten natuurlijk. De flora was niet zo rijk als in de Pyreneëen, maar bloeiend en boeiend genoeg. Terwijl de fauna zich nu meer vertoonde, in tegenstelling tot de regenachtige bergen. Een drietal arenden zeilde oppermachtig op de thermiek, klein kwartelachtige vogeltjes fladderden op uit het gras en struikgewas en metalige duizendpoten rolden zich defensief op als ik te dichtbij kwam. Vreemd genoeg geen zoogdieren, nog geen geit, terwijl ik toch langs een aantal ‘corrals’ kwam die geplaveid waren met geitenkeutels.

Het was goed weer om te lopen, de brandende zon ging inmiddels schuil achter een wolkendek en de bergkammen in de verte begonnen zich te hullen in donkere wolken. Daar begon het te rommelen en ik voerde het tempo wat op, voor het geval dat de Heilige Jacobus daarboven niet voldoende invloed had om zijn wandelroute tegen onweer te beschermen. Na een aantal verlaten corrals kwam op een verre heuveltop als een luchtspiegling het volgende middeleeuwse dorpje in zicht, Undués de Lerda.

Het onweer leek links van mij voorbij te trekken, hoewel een enkele uitloper van het gerommel recht boven mijn hoofd mijn oplettendheid versterkte. Maar het onweer trok over. Wel kwam de regen, eerst in druppels en korte vlagen. Later, maar toen was ik alweer op de terugweg, een heuse bui. Mijn plan was om vlak voor het dorp af te dalen en via een lager gelegen route terug te wandelen, maar mijn zogenaamde gedetailleerde stafkaart liet me in de steek. De beoogde splitsing kwam niet en op zoek naar het pad raakte ik verstrikt in karresporen die van het ene kale stukje landbouwgrond naar het andere voerde zonder dat daarbij ook maar bij benadering de arroyo werd gevolgd die op mijn kaart stond aangegeven.

Na een cross-country die herinneringen opriep aan de halsbrekende wandelingen die mijn vader wel eens ondernam tijdens de vakanties in mijn jeugd, belandde ik hevig transpirerend weer op het aloude pelgrimspad. So much voor vrije keuzes. Penitenzione, penitenzione, herhaalde ik ironisch in mezelf en bedacht me dat het geen wonder was dat zo’n bestraffende combinatie van landschap en klimaat zulke heftige religieuze passies voortbrengt.

Ik dacht aan de Spaanse Inquisitie, aan de schilderijen van El Greco en al die gemartelde heiligen die ik vorig jaar zag in Sevilla en het jaar daarvoor in het Escorial (op zichzelf al een monument van megalomane religieuze passie). Daarbij waren alle gruwelijke details breed uitgemeten en het bloed leek van de doeken en panelen te druipen.

Ja, de taal van het bloed, die hebben de Spanjaarden wel leren verstaan en uiteindelijk ook goed leren spreken. Vanaf de Romeinse bezetting vòòr Christus, de Westgoten, de Moren en de Franken, de Reconquista, via de 18-de eeuwse Successie Oorlog tot aan de burgeroorlog in onze eeuw is de Iberische geschiedenis geschreven in bloed. Het is dan ook niet verwonderlijk dat tijdens die bepalende periode van de Spaanse geschiedenis – de verovering van de ‘Ameriga’s’ – de conquistadores zich zo goed verstonden met de lokale indiaanse beschaving, waar de taal van het bloed ook nauw verweven was met de religieuze gebruiken. De uitkomst van dat gesprek is algemeen bekend.

De regen brak goed los toen ik zo’n beetje op het hoogste punt van de route was gekomen. Wolkenslierten kwamen de dalen onder mij indrijven en ik schuilde onder een laag overhangend bosje waar droog, zacht gras groeide.

Ik mijmerde wat over de menselijke evolutie, niet zozeer die tot nu toe, maar de mogelijkheden voor de toekomst. Omdat de menselijke kennis is doorgedrongen tot de dragers van de evolutionaire informatie – de genen lijkt het niet waarschijnlijk dat Darwin’s natuurlijke selectie nog veel invloed zal hebben op het verdere bestaan van de mensheid. Temeer daar de natuurlijke selectie een proces van de ‘longue durée’ lijkt te zijn.

Hoewel het in een rampenscenario natuurlijk goed mogelijk is dat een lokale mutatie grotere overlevingskansen heeft bij een eventuele mondiale rampspoed. Zo schijnt er in Afrika al een gemuteerde vorm van resistentie tegen Aids gesignaleerd te zijn en wie weet welke dodelijke Ebola-virussen ons nog te wachten staan, waartegen slechts enkele uitverkoren mutanten opgewassen zijn.

Maar naarmate de kennis over het menselijk genoom toeneemt en er technieken ontwikkeld worden om ziektes op genetische wijze te behandelen, zal de rol van de natuurlijke selectie bij de mens afnemen, geloof ik. Waarmee natuurlijk niet gezegd is dat de mens ‘af’ is, of uit-geëvalueerd. Nee, waar evolutie een resultaat is van adaptatie aan veranderde omstandigheden, gaan we nog interessante tijden tegemoet. Want de omstandigheden zullen wel blijven veranderen. Alleen zullen we vaker in staat zijn ons op kunstmatige wijze aan te passen

Lilliput – 15 juni 2008