Azië
3 februari - 17 mei 1994 [1]
Zuidoost Azië: reisroute |
|
5 februari: Bangkok, de Chao Phraya rivier vanaf de Memorial Bridge |
|
10 februari: Nieuwjaarsfestiviteiten bij |
|
12 februari: Ayutthaya [klik op de foto om te vergroten] |
|
15 februari: Cha’am |
Soms lijkt de wereld verdeeld in twee soorten mensen: reizigers en vakantiegangers, zo bedenk ik me ergens in Bangkok. De vakantieganger zoekt vooral een aangenaam klimaat en een mooie omgeving in overeenstemming met zijn of haar behoefte. Bij voorkeur met zo weinig mogelijk zorgen aan het hoofd. Daar brengt de toerist dan de enkele weken vakantie door en probeert en passant nog wat van de plaatselijke cultuur mee te krijgen.
De reiziger daarentegen denkt eerder in termen van maanden dan van weken en lijkt meer geïnteresseerd in het op weg zijn en het bezoeken van zoveel mogelijk, het liefst exotische en ver afgelegen plaatsen. Hoe exotiischer, verder afgelegen en eventueel gevaarlijker, hoe beter. Daar kan dan opschepperig over verteld worden in plaatsen waar deze reizigers elkaar ontmoeten zoals de Khao San Road in Bangkok, het Torremolinos van de rugzaktoeristen in Azië; of het meer authentieke Queens Café in Hanoi, het Sinh Café in Saigon of het Capitol Hotel in Phnom Penh. Zo ontmoette ik op een aanlegsteiger in Bangkok een jonge Amerikaan die was verdiept in de indiaanse magie van Carlos Castaneda. Opgewonden vertelde hij van zijn avonturen in het grensgebied van Birma, waar hij een generaal van de guerilla’s had geïnterviewd en over de nachtelijke schietpartijen aan de Cambodjaanse grens, waar hij door de Khmer Rouge onder bedreiging van vuurwapens was beroofd van zijn camera. Wel alles goed verzekerd natuurlijk. In Bangkok bestaat zo’n levendige straathandel in perskaarten dat je je afvraagt of iemand, die zogenaamd gevaarlijk gebied probeert te bezoeken met een perskaart, nog wel serieus genomen wordt, of alleen maar beschouwd kan worden als een vette kip voor de slacht… Vliegend naar Hanoi in Noord Vietnam zie ik talloze rookpluimen opstijgen uit de jungle van Laos. Het regenwoud, voor zover het nog niet gekapt is voor hout, valt ten prooi aan de zucht naar edelstenen, landbouwgrond en andere duistere motieven. Hanoi, Vietnam. Hier is de communistische bureaucratie nog volop aanwezig. Indrukwekkende petten en uniformen controleren paspoort, visum, import/export declaratie en bagage. Immigratiestempel in het paspoort en hup, de menigte van zich aanbiedende taxichauffeurs en ander toegestroomd volk in. Voor de exorbitante prijs van twintig US-dollars per persoon laat ik me meet een Amerikaanse en Engelse medereiziger naar de stad rijden in een oude Russische Volga-limousine met gordijntjes. Geen straatverlichting, geen fiets- of ossewagenverlichting. Wel lichtjes uit kraampjes en huisjes langs de weg en verblindende schijnwerpers van tegemoetkomende vrachtauto’s die luid claxonnerend al het overige verkeer links en rechts voorbijrijdend de weg afdrukken. Een paar dagen later zal ik hier mezelf op de fiets in deze verkeersanarchie onderdompelen, aangemoedigd door passagiers van overvolle bussen en torenhoog opgeladen fietsen, uitgelaten zwaaiend naar alle verbaasde gezichten. In de collectieve treurigheid van plastic hout, tl-licht en namaak kroonluchters die in een achterhaald tijdperk het gezicht van het socialisme van Polen tot Peking bepaalden, vind ik een donkere, vochtige kamer. Overvloedig aanwezig personeel dat totaal ongemotiveerd rondhangt en nauwelijks in staat is tot enige dienstverlening, benadrukt de sombere wolkenlucht en de van koolmonoxyde doordrenkte atmosfeer. En ik wordt herinnerd aan Oost Europa voor de val van de Muur. Buiten op straat leeft het nieuwe élan van Vietnam. US-dollars nemen de plaats in van de Vietnamese Dong die zijn waarde in vele nullen uitdrukt. Japanse Honda’s verdringen Chinese fietsen en stapels Sony-tv’s en Sharp videorecorders staan op straat uitgestald, terwijl de staatswarenhuizen een treurige leegheid vertonen. Bij het mausoleum van Ho Chi Minh word je als toerist nog met het nodige respect door een militair in de pas gemarcheerd over het plein naar de opgebaarde vader van het revolutionaire Vietnam. Even neem je deel aan een toneelstuk waarin hele generaties jarenlang geloofd hebben: Lenin, Mao, Ho Chi Minh… Ho zelf wilde dat zijn lichaam gecremeerd zo worden opdat geen kostbare landbouwgrond verloren zou gaan aan nog een graf. Zijn erfgenamen hebben anders besloten en ‘oom Ho’ permanent tentoongesteld in een dramatisch theater. |
24 februari: Hanoi, Vietnam, het Hoan Kiem |
|
Straatbeeld Hanoi |
|
24 februari: Toegang to de woning van |
|
24 februari: Kapitalisme op straat |
|
‘Ev’rybody is Kung Fu fighting’ |
|
Cyclo-standplaats |
|
25 februari: Blinde straatmuzikant |
|
26 februari: Op weg naar Tam Loc een |
|
Deze twee foto’s werden gemaakt door |
|
![]() |
|
Het ontvangstcomité bij Tam Loc |
|
Elektrisch vissen in Tam Loc |
|
Tam Loc panorama |
|
27 februari: SAM-raketten in het Lenin Park |
Een Amerikaanse generaal schijnt tijdens de oorlog eens gezegd te hebben dat ze de Vietcong desnoods naar het stenen tijdperk zouden bombarderen. In de trein van Hanoi naar Hué bedenkt ik me dat dàt eigenlijk precies is wat heeft plaatsgevonden.
De vele gaten in de eindeloze rijstvelden langs de spoorlijn in het noorden wijzen op zware bombardementen. De hele streek ten noorden van Hué is nog kaal van de ontbladeringsmiddelen die de Amerikanen lieten vallen om de Vietcong de mogelijkheid tot camouflage te ontnemen. En in het noorden zijn de wegen nauwelijks begaanbaar. Over de 150 kilometer van Hanoi naar Haiphong aan de schitterende Ha Long baai doen we per auto bijna vijf uur. Onderweg zien we middeleeuwse agrarische technieken - alles met de hand of waterbuffels - bamboehutjes en oorlogsbegraafplaatsen in ieder dorp. Ouderwetse stoomlocomotieven zijn hier nog volop in bedrijf. In het zuiden rijden meer auto’s en hebben de Amerikanen en Fransen redelijke wegen achtergelaten. |
28 februari: Sloppenwijk en Long Bien brug |
|
28 april: Stoomtractie op de rails in Hanoi |
|
28 februari: Fietstochtje door een Hollands |
|
Lilliput – 13 juni 2008






